Susanne schrijft YA-romans & -thrillers

 http://www.jongejury.nl/leesblogs/faure-blogt-

 

Lege kamers – Susanne Kosters 
Toen ik dit boek voor het eerst zag, dacht ik: WAUW! Dit verhaal móet ik lezen; de cover is zo mooi! Ook de achterkant maakte mij heel erg nieuwsgierig naar het verhaal.  Kortom, ik kon niet wachten om in Lege kamers te beginnen. 

Op de eerste pagina’s moet je nog een beetje wennen aan de hoofdpersoon Venita. Ze is nogal labiel en schommelt erg in haar emoties. Al meteen wordt duidelijk gemaakt dat Venita dingen ziet die andere mensen niet zien. 

Na een traumatische gebeurtenis verhuist ze met haar broer en ouders vanuit een klein dorp naar het grote Amsterdam. Tot ze Camila leert kennen is ze behoorlijk eenzaam. Camila is dominant, maar met haar kan ze tenminste praten over het allesoverheersende schuldgevoel dat ze maar niet kan loslaten.  Ze moet boeten voor haar verleden. En Camila is het daar mee eens…

Het verhaal maakt je erg nieuwsgierig naar de reden waarom Venita die waanbeelden ziet. Na het hele boek met ingehouden adem gelezen te hebben, was ik totaal in shock! Ik had alles verwacht, behalve dit… Ik vind het dus erg goed geschreven. Jammer genoeg staan er wel veel moeilijke woorden in het boek, daarom zou ik het niet adviseren aan hele jonge lezers. Ik denk wel dat je geïnteresseerd moet zijn in het verhaal om te willen doorlezen. Maar als het verhaal je trekt is het een geweldig boek!

Kortom: Lege kamers is een prachtig boek voor mensen die niet bang worden van moeilijke woorden en interesse hebben in het verhaal.


Faure is één van de tien ambassadeurs van het Jonge Jury Boekgenootschap 2017. Momenteel zijn zij druk in de weer om de boeken van de groslijst en van hun keuze te lezen, zodat zij tegen het einde van het jaar precies weten welke boeken zij in het bijzonder de moeite waard vonden. In december presenteert het Jonge Jury Boekgenootschap jullie hun keuze door de bekendmaking van de kersverse lijst met tien nieuwe Leestips!

 

 

Susanne Koster wil het lezen bevorderen

17-mei-2014 | Categorie: Interview

Susanne Koster werd in 1957 in Scheveningen geboren. Haar werkende carrière begon in de grafische wereld. Als graficus moest ze hard werken en stressbestendig zijn. Overwerk was aan de orde van de dag en parttime werken werd niet op prijs gesteld. Als jong en onschuldig meisje wist ze niet wat haar overkwam. Gelukkig heeft ze het in die periode toch wel naar haar zin gehad en werd haar creativiteit op prijs gesteld. Maar wat ze nog het fijnst vindt, is dat ze toen één van haar hartsvriendinnen heeft ontmoet.

Na de geboorte van haar kinderen heeft ze nog even in de grafische wereld gewerkt, maar toen de mogelijkheid zich voordeed om aan de Hogeschool van Amsterdam te gaan werken, heeft ze daarvoor gekozen. Uiteindelijk ging ze doen wat ze altijd gewild had: werken met jonge mensen. Haar drie dochters zijn inmiddels volwassen, wonen niet meer thuis en intussen is ze ook oma. In 1993 werd haar eerste jeugdverhaal gepubliceerd in een debutantenbundel.
Zwarte lieveling was haar eerste echte jeugdroman. Van realistische jeugdromans is ze overgestapt naar psychologische thrillers. Gelukkig werd De trap naar de hemel meteen een succes. Het boek loopt niet alleen in Nederland heel goed. Het is vertaald in het Duits en heeft als titel Flammenkussgekregen.

Uit wat voor nest kom je? Werd er veel gelezen?

Ik kom uit een nest van drie kinderen, ik heb nog een jonger zusje en broertje. Er werd bij ons thuis niet of nauwelijks gelezen. Als kind speelde ik heel veel buiten. Mijn moeder zei vaak gekscherend dat ik als jongetje geboren had moeten worden omdat ik zoveel gevaarlijke dingen deed. Ik klom in bomen en op muren, kon verschrikkelijk hard rennen en speelde het meest met jongetjes omdat die niet kinderachtig waren.

Kon je als kind helemaal in een verhaal opgaan en de wereld om je heen vergeten?

Vanaf ongeveer de vierde klas (nu groep 6) ontdekte ik hoe geweldig lezen was. Ik kon me volledig verliezen in een verhaal. Zeker wanneer het verhalen waren over “het goed en het kwaad”. Uiteindelijk, na vele moeilijke tegenslagen, won “het goede” altijd. Als kind heb ik daar altijd enorm van genoten.

Wat waren in je jeugd je favoriete boeken?

Pietje Bel was het eerste boek dat echt bij me is blijven hangen. Misschien omdat Pietje zo’n leuk jongetje was dat alles durfde. De sprookjes van Andersen vond ik ook geweldig, vooral Het meisje met de zwavelstokjes maakte diepe indruk op me.
Later heb ik Kruistocht in spijkerbroek gelezen en ook dat is een boek dat echt favoriet bij mij was.

Op welke leeftijd dacht je: ik wil een boek schrijven? Is dat boek er ook gekomen?

Toen mijn kinderen klein waren verzon ik altijd verhaaltjes voor ze. Het liefst verhaaltjes waar ze zelf in voorkwamen. Natuurlijk moesten het verhaaltjes zijn waarin enge, droevige of spannende dingen gebeurden en waarin zij als de heldinnen natuurlijk alle narigheid overwonnen. Een van de kleuterverhaaltjes die ik voor ze verzon is toentertijd door iemand van het Universiteitstheater Amsterdam bewerkt tot een toneelstuk. Dat gaf me een enorme kick en opeens durfde ik de stap te zetten om een echt boek te schrijven. Na zeven jaar(!) van research, schrijven, schrappen, opnieuw schrijven was het eindelijk af en stuurde ik het met kloppend hart naar drie uitgevers. Twee van hen stuurde een briefje met een drogreden terug, maar de derde (uitgeverij Sjaloom) stuurde me een leesrapport en gaf me goede tips. Dat vond ik zo aardig dat ik ze belde om te bedanken en toevallig kreeg ik de uitgever zelf aan de lijn. Hij vroeg me of ik al weer aan een ander verhaal begonnen was (ja) en of hij daar alvast iets van mocht lezen. Dat durfde/wilde ik niet want ik was er nog lang niet klaar mee. Hij vroeg me het toe te sturen wanneer ik eraan toe was. Dat was een half jaar later het geval. Ik stuurde hemZwarte lieveling. Zes weken later tekende ik een contract met hem.

In De trap naar de hemel komt een nogal naïef zestienjarig meisje voor. Waar heb je de ervaring vandaan om zo realistisch te schrijven over een naïeve jongere. Was je zelf ook zo?

Ik heb drie dochters (die nu inmiddels volwassen zijn) die regelmatig op vrijdag hun vriendinnen mee naar huis namen. Met z’n allen aan de grote eettafel lekker eten en drinken voordat de dames, vol in de make-up gestort, het uitgaansleven met hun aanwezigheid gingen opfleuren. Tijdens die uurtjes dat ze bij ons waren ging het gesprek regelmatig over jongens waar ze verliefd op waren. Wanneer ik nu mijn buurmeisje van zeventien hoor is er in dat opzicht nog weinig veranderd. Verliefde meisjes kunnen tijdelijk lijden aan een vorm van verstandsverbijstering. Ze willen niet horen dat hun vriendje niet deugt, dat kan toch helemaal niet, dan zouden zij zijn toch niet verliefd op ze zijn? Nou dan!

Het boek is al eens eerder uitgebracht bij Sjaloom. Waarom is ervoor gekozen om dat nu opnieuw te doen en waarom bij aquaZZ, een andere uitgeverij?

In totaal heb ik zes titels mogen uitbrengen bij Sjaloom, maar nadat de uitgever eerst ziek werd en daarna een grote brand in het eigen magazijn had, is uitgeverij Sjaloom failliet gegaan. Door de brand is geen van die zes boeken nog op de markt. De trap naar de hemel was behoorlijk succesvol, is ook in Duitsland uitgebracht en opeens was het nergens meer te krijgen. Dat ging me aan het hart. Uitgeverij aquaZZ wilde het opnieuw uitgeven en daar ben ik ontzettend blij mee.

Wanneer schrijf je en waar?

Een paar jaar geleden ben ik gestopt met mijn vaste baan bij de Hogeschool van Amsterdam om fulltime te kunnen schrijven. Dat doe ik nu en daarnaast kan men mij inhuren om manuscripten te beoordelen en teksten te bewerken en/of te corrigeren. Ik heb vaste schrijfdagen, maandag, dinsdag en woensdag. Die dagen zit ik rond half negen achter mijn computer in mijn werkkamertje en kom er rond half vijf weer uit. Heerlijk!

Ik ben er altijd benieuwd naar hoe het creatieve proces bij een schrijver werkt. Ergens pik je een idee op en dan gebeurt er iets in je hoofd. Er wordt iets in gang gezet waar je geen weerstand aan kunt bieden. Hoe werkt dat bij jou?

Bij mij is het inderdaad zo dat ik soms dingen lees of programma’s zie die vragen bij me oproepen. Bijvoorbeeld wanneer iemand iets afschuwelijks heeft gedaan. Meteen vraag ik me af wat de reden is, zou het dit… of zou het dat… en dan voel ik een verhaal. Want als er dit of dat is gebeurd, dan heeft hij vast…. Ik weet meteen wie de personages zullen zijn, ik zie ze voor me en om ze tot leven te laten komen neem ik ze mee. Vroeger ging ik dan naar het Vondelpark om bij het theehuis thee te drinken, nu kan het elk terras zijn. Als er maar mensen zijn. Ik bestel iets te drinken en ik ga mensen kijken. In gedachten zit mijn personage naast me en doet hetzelfde. Het enige dat ik hoef te doen is te kijken hoe zij/hij zal reageren op wat er rond ons gebeurt. Het werkt elke keer.
Vervolgens bedenk ik het frame van het verhaal. Het begin, het middenstuk en het einde. Pas als ik dat heb uitgedacht, begin ik met schrijven.

De hoofdpersonen uit je boeken zitten vaak op de grens van puberteit en volwassenheid. Waarom vind je dat een interessante groep?

Opgroeiende jongeren hebben vaak een heel eigen, verrassende kijk op de wereld. Ze zijn regelmatig, zonder zich daar nou zo van bewust te zijn, een ster in het “out of de box” denken. Iets wat wij als volwassenen niet zo gauw als vanzelfsprekend doen. Jongeren staan open voor de wereld. Ze hebben hoop voor de toekomst en uiten dat in uitbundigheid en ongeremd genieten. Wij als volwassenen kunnen vaak pas genieten als aan allerlei voorwaarden is voldaan. Het interessante voor mij als schrijfster is echter dat jongeren als tegenstelling heel rechtlijnig kunnen zijn. Iets is zwart of wit en een tussenweg is er soms pas wanneer je ze er voorzichtig op wijst. Wat trouwens geen enkele garantie geeft. Eenzaamheid, verwarring of verdriet wordt als echt, diep en heftig ervaren, verliefdheid ook. Die enorme diepte van gevoelens hebben wij als volwassenen verloren, maar we herkennen ze wel.

Wat wil je dat je boeken bij de lezers teweegbrengen?

Leesbevordering. Dat het plezier in lezen wordt ontdekt. Dat het zo heerlijk is om je terug te trekken in een boek. Iemand vertelde me een paar jaar geleden over een bijna volwassen jongen die nooit las tot van zijn vriendin De trap naar de hemel kreeg. Dat vond hij zo’n spannend boek dat hij het in één keer heeft uitgelezen. Vanaf dat moment was hij verkocht en nu is hij een leesfanaat. Daar word ik dan heel blij van.
Daarnaast krijg ik regelmatig fanmail waarin lezers aangeven dat ze blij zijn dat ik sommige zware onderwerpen zoals kindermishandeling, incest, of geloof in de verkeerde mensen in een boek verwerk. Meestal volgt dan dat ze zelf ook iets dergelijks hebben meegemaakt.
Herkenning, erkenning, het gevoel overbrengen dat als je maar volhoudt en vecht de kans groot is dat het uiteindelijk op de een of andere manier weer goed komt.

Wil je hier vijf boeken noemen die veel indruk op je hebben gemaakt?

Ik lees ontzettend veel en er zijn nogal wat boeken die indruk op me hebben gemaakt. Zowel jeugd, YA of volwassen literatuur. Ik houd het nu maar even bij YA.

Mijn absolute nummer 1: De groene bloemtrilogie van Floortje Zwigtman.
Nadat ik Schijnbewegingen had gelezen heb ik onmiddellijk deel 2 en 3 aangeschaft en ademloos doorgelezen tot aan de laatste letter.
Floortje Zwigtman weet als geen ander behoedzaam en behendig het veelzijdige Londen uit de 19e eeuw te beschrijven zonder ooit te vervallen in op de loer liggende clichés. Het verhaal gaat over Adrian Mayfield die volgens zijn moeder als een penny is geboren en nooit een twopence zal worden. Adrian vertrekt naar Londen om zijn geluk te beproeven en om een manier te vinden om te gaan met zijn ontluikende homoseksualiteit (in de 19e eeuw!). Adrian komt terecht in de kleurrijke wereld van Oscar Wilde.

Nummer 2: Het boek Estee van Alex Boogers.
Dit boek is eigenlijk voor volwassenen, maar jong volwassenen zullen het zeker lezen.
Estee probeert zichzelf en de wereld te begrijpen, ze vecht met haar gevoelens, wordt door niemand begrepen of voldoende gehoord, behalve door haar jongere broertje Remy.
De onmacht van een eenzaam, intelligent meisje wordt keihard, rauw en liefdevol tegelijk beschreven. De onschuldige jonge Remy is aan het eind van het verhaal voor zijn leven getekend. Als lezer leef je met Estee en Remy mee en wil je onmiddellijk verder in het volgende boek: Het waanzinnige van sneeuw.

Nummer 3: Een weeffout in onze sterren van John Green.
John Green heeft een boek geschreven dat niet alleen jongeren zal raken, maar zeker ook volwassenen. Natuurlijk, het gaat over kanker en vanaf het begin weet je dat Hazel terminaal ziek is. En toch is het een ongelooflijk prachtig boek waarin de humor niet geschuwd wordt. De scheidslijn tussen huilen en lachen komt vaak angstwekkend dichtbij zonder dat de schrijver zich beroept op goedkoop sentiment.

Nummer 4: De boekendief van Markus Zusak.
Een prachtig verhaal verteld door de Dood. De Dood heeft het in Nazi-Duitsland nogal druk maar vertelt tussendoor het verhaal van Liesel die samen met haar broertje Werner wordt ondergebracht bij een pleeggezin in Molching. Tijdens de treinreis naar dit pleeggezin overlijdt haar broertje en neemt Liesel (ondanks dat ze niet kan lezen) Het Doodgravershandboek mee, dat per ongeluk op het graf van haar broertje is achtergelaten. Haar pleegouders zijn aardige mensen en haar pleegvader leert haar lezen als ze ’s nachts steeds maar wakker wordt van nachtmerries over haar moeder en broertje. Al snel steelt ze boeken bij de boekverbrandingen van de nazi’s en de bibliotheek van de vrouw van de burgemeester. Ontroerend verhaal waarin het verdriet van de “gewone” Duitse man of vrouw die leed onder de waanzin van Hitler, aangrijpend beschreven is.

Nummer 5: Boy 7 van Mirjam Mous.
Boy wordt wakker op een gele grasvlakte die hij niet kent. Naast hem een groene rugtas met kleding, tandenborstel, geld en een mobieltje. Hij heeft geen idee hoe hij in het veld terecht is gekomen en erger, hij weet niet meer wie hij is. Hij wil de politie bellen, maar vindt een bericht op de telefoon: Bel in geen enkel geval de politie!
Dan begint een razend spannend verhaal dat je niet meer weglegt voordat je het uit hebt. Boy 7 is een Young adult thriller waarvan veel adults ook plezier zullen hebben. Heel terecht dat dit geweldig meeslepende boek verfilmd wordt.

Hier kun je nog iets zeggen dat je graag kwijt wilt.

Is er iets heerlijkers dan lezen? Elke avond voor het slapen gaan lig ik minstens een uur te lezen. Mijn moment van ontspanning. Als een boek heel spannend, ontroerend en/of meeslepend is, ga ik expres al om negen uur naar bed om tot elf uur te kunnen lezen.
Als ik moest kiezen tussen muziek of boeken, koos ik boeken.
Als ik moest kiezen tussen schoenen of boeken, koos ik boeken.

Vragen: Felice Beekhuis en Pieter Feller

 

 

 

16 augustus 2005 Kompas Regiokrant 3

Susanne Koster deinst niet terug voor heftige thema's in haar jeugdromans

Puberteitsproblemen, kindermishandeling, incest en ontluikende gevoelens voor geslachtsgenoten...

Het zijn bepaald niet de meest luchthartige thema's die de schrijfster Susanne Koster kiest voor haar jeugdboeken. "Het is inderdaad zo dat ik een duidelijke voorkeur heb voor realistische onderwerpen waar in het algemeen minder snel over gesproken wordt", erkent ze.

 

  "Maar dat wil zeker niet zeggen dat de inhoud van mijn romans alleen maar zwaar op de hand is. Er zit ook humor in. En elk boek eindigt met hoop, zodat mijn lezers er uiteindelijk toch een goed gevoel aan overhouden". Achter de computer in haar huis waar de in Scheveningen geboren auteur al zestien jaar woont, is ze inmiddels alweer bezig haar vijfde jeugdboek te componeren. Net als haar laatstverschenen boek 'De Trap Naar De Hemel', dat tal van lofrijke recensies kreeg en uitstekend verkoopt, wordt dat een psychologische thriller voor de leeftijdsgroep vanaf een jaar of zestien.

 

Uitlaatklep

Schrijven doet Susanne Koster al van jongs af aan. "Ik was op school altijd heel goed in Nederlands, zodat ik me hartstochtelijk uitleefde in opstellen, uittreksels en dat soort dingen. En vanaf mijn veertiende vond ik in het bijhouden van dagboeken en het vervaardigen van gedichten een uitlaatklep voor de heftige emoties waardoor ik net als iedereen in de puberteit werd geteisterd. Natuurlijk waren dat in het algemeen dramatisch slechte epistels, al vind ik als ik ze weer eens teruglees dat er toch ook wel aardige teksten bij zitten".

Haar eerste manuscript stuurde ze in 1992 aan een stuk of wat uitgeverijen. "Dat was een jeugdroman over schizofrenie bij pubers, waar ik zeker zes jaar aan had gewerkt. Voor de Amsterdamse uitgeverij Sjaloom, die ik sindsdien altijd trouw ben gebleven, was mijn initiatief aanleiding om me aan te raden een literaire workshop te gaan volgen.

 Deze cursus schrijven voor kinderen leidde ertoe dat een kort verhaal van mijn hand in een verzamelbundel werd opgenomen, waarna in 1995 mijn eerste roman 'Zwarte Lieveling' verscheen". Dit boek voor 13 à 14-jarigen sloeg meteen in als een bom, niet in de laatste plaats vanwege de strekking.

Het gaat over een 14-jarig meisje dat in een kindertehuis terechtkomt na thuis te zijn geconfronteerd met incest en mishandeling.

"Het wordt nog steeds veel gelezen", meldt Susanne met gepaste trots. "Wat ik merk aan de fanmail die ik krijg van meisjes die zich in de door mij beschreven situaties herkennen. Helaas zijn dat er schrikbarend veel. Uiteraard beantwoord ik al die brieven van verschoppelingen die het emotioneel ontzettend zwaar hebben. Ik probeer ze dan een hart onder de riem te steken, en ze - net als in mijn boeken - te laten merken dat ze echt niet de enige zijn die met dit soort ellende te maken krijgen. Heel belangrijk vind ik ook dat ze vooral niet moeten denken dat het nooit meer goed komt".

 

Research IVV

Een jaar na haar debuutroman verscheen 'Dertien', dat gaat over een pubermeisje dat zichzelf met haar ups en downs vreselijk in de weg zit. Vervolgens bracht Sjaloom in 2000 'Macho's en Mietjes' uit, waarin de 14-jarige Stefan de hoofdrolspeler is. Deze jongen merkt tot zijn schrik dat hij zich aangetrokken voelt tot zijn vriend Danilo. "En dat wordt door zijn vader, die werkelijk een vreselijke man is, absoluut niet op prijs gesteld", vertelt de schrijfster. "Om

 van hem een levensechte voetbalfan te maken heb ik destijds research gedaan door hier bij IVV tal van wedstrijden bij te wonen. Als je dan toch hoort hoe sommige kerels op de tribune te keer gaan tegen hun zoontjes! Alsof de wereld vergaat! Maar vlak die moeders ook niet uit, hoor".

 

Opnieuw een thriller

Net als haar eerste roman is ook het vorig jaar verschenen boek 'De Trap Naar De Hemel' een daverend succes. In deze spannende roman wordt de 16-jarige Marieke verliefd op de even zwijgzame als mysterieuze Martijn, waarvan ze gaandeweg diens duistere verleden leert kennen. "Ik vond het heerlijk om te schrijven", zegt Susanne erover. "Vandaar dat ik besloot om van mijn komende boek opnieuw een thriller te maken. Het duurt overigens nog wel een jaartje voordat die uitkomt. Omdat ik mijn brood verdien als stagecoördinator bij de Hogeschool van Amsterdam is schrijven voor mij namelijk een hobby waarvoor ik maar beperkt de tijd heb. Dat dwingt mij om er voortdurend in mijn hoofd mee bezig te zijn, teneinde de enige dag in de week die ik achter de computer kan zitten zo productief mogelijk te maken. 's Avonds in bed lig ik dan ook altijd aan mijn verhaal te denken".